Maria Lécina
Ze is
een one-off uit 1948. Zeilnummer H139. De Rotterdamse ontwerper G. Campfens tekent
haar. Bij scheepswerf Beekman te Oude Wetering loopt ze van stapel. Omdat ze uniek
is én Nederlands maritiem erfgoed, moeten we natuurlijk zuinig zijn op het jacht.
Daarom besteden we jaarlijks veel tijd, energie en geld om de boot in een optimale
conditie te houden. Ze is officieel een Varend Monument® (registratienummer 2157
Nationaal Register Varende Monumenten (fonv)). U
leest meer over Maria Lécina en soortgelijke jachten in: 'Klassieke scherpe
jachten in Nederland' (2007).

Maria Lécina (genoemd naar het gelijknamige gedicht van J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958)) is een stalen double ender (spitsgat) met s-spant. Zwaar gebouwd (waterverplaatsing 7,5 ton) en zeewaardig als ze is, kan ze tegen een stootje. In het volledig authentieke mahoniehouten interieur vindt u stahoogte (1.80 m). Op Maria Lécina zeilt u zoals men dat gewoon was in 1948. En dat betekent (hard) werken. Ze is wel van moderne gemakken voorzien zoals een motor (Lombardini 40 pk (2006), een dieptemeter, log, gps (vast (2004) en hand), kompas (vast en handpeil), marifoon met ATIS en noodantenne, Navtex (2004), radio (wereldontvanger), toilet en kombuis (met gasfornuis). En wat haar zeilvoering betreft: Maria Lécina is kottertoren getuigd: u heeft met drie zeilen te maken; de kluiver, de (boom)fok en het grootzeil. Voor zwaar weer hebben we nog een stormfok en voor licht weer een genua. Onlangs hebben we, ook voor licht weer, een halfwinder (gennaker) aangeschaft van 57 m2.
Uit de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek:
'Honderd klokken van Londen doen Londen bonzen / en vier kathedralen Genua'. Die sonore verzen klinken voor veel poëzielezers nog net zo vertrouwd als het gestaag terugkerende refrein 'Porque, Maria?' dat de vierregelige strofen van dit epische gedicht besluit. Maria Lécina is het verhaal van een Spaanse hoer die haar gunsten schenkt aan een zeeman in ruil voor 'een lied in honderd verzen' waarin hij haar zal bezingen. Werumeus Buning vond er de inspiratie voor tijdens een zeereis die hij in 1932 maakte. De onvermijdelijk slechte afloop is ook in het gedicht geen hoogtepunt, maar de vlot leesbare ballade mocht rekenen op een enthousiaste ontvangst. Het bundeltje werd tot in de jaren 1970 herdrukt, en genoot de eer van een parodie door Kees Stip, die met Dieuwertje Diekema een lied in dertig verzen produceerde 'waar geen woord Spaansch bij is'. (HVDH)
Kapitein
Stuurman
Scheepsgegevens
Foto's

