De gedragscode en het tuchtrecht waar de interim manager aangesloten bij de Orde van Register Managers aan moet voldoen, vindt u hieronder.
Code voor Interim Management
Gedragscode met Reglement van Rechtspraak voor professionele Interim Managers en Bureaus voor Interim Management en Reglement van Rechtspraak (kortweg: de IM-Code)
Stichting Register van Interim Managers (IM-Register)
Januari 2007
Deel 1
Inleiding
Toelichting
Dit is
versie 2 van de Gedragscode met Reglement van Rechtspraak voor de ingeschrevenen in
het IM-Register, de bureaus aangesloten bij de Raad voor Interim Management (de RIM)
evenals alle andere marktpartijen die deze Gedragscode onderschrijven. Deze versie
is per januari 2007 van kracht geworden en vervangt de voorgaande versie van maart
2004. De uitvoering en het onderhoud van Gedragscode en Reglement van Rechtspraak
zijn aan het Bestuur van het IM-Register toevertrouwd.
Doelstelling
Deze
Gedragscode met Reglement van Rechtspraak (Kortweg IM-code) beoogt helderheid te
geven en inzicht te verschaffen in de positie en opstelling van professionele
Interim Managers en Interim Management Bureaus, in werk gerelateerde situaties en
bij uitoefenen van het beroep evenals in de normen, die zij ten opzichte van
opdrachtgevers en andere betrokkenen bij hun werk wensen te hanteren. Via deze
IM-code wordt voor hen die haar onderschrijven aldus een ondergrens voor kwaliteit
in professioneel handelen en persoonlijk optreden aangereikt.
Reikwijdte
Deze Gedragscode kan ook door anderen dan de leden van de RIM en de ingeschrevenen
in het IM-Register van toepassing worden verklaard. Indien dat gebeurt onderwerpen
zij zich daarmee ook impliciet aan het Reglement van Rechtspraak. Mocht hierop voor
niet ingeschrevenen een beroep worden gedaan dan zal voor behandeling door het
College van Rechtspraak een kostendekkende vergoeding worden berekend.
Definities
In deze Gedragscode met Reglement van Rechtspraak wordt -
tenzij uitdrukkelijk anders blijkt - verstaan onder:
a. Interim Manager
De natuurlijke persoon die zich beroepshalve bezig houdt met het tijdelijk
vervullen van leidinggevende taken met alle daarbij behorende verantwoordelijkheden
en bevoegdheden.
b. Registermanager
De Interim Manager die als zodanig,
dan wel als aspirant-Registermanager, staat ingeschreven in het Register van Interim
Managers (het IM-Register).
c. Interim Management Bureau
De
(rechts-)persoon die zich beroepshalve bezig houdt met het aanvaarden en uitvoeren
van opdrachten tot het tijdelijk vervullen van leidinggevende taken met alle daarbij
behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, daarbij voor de feitelijke
uitvoering van die opdrachten gebruik makend van de diensten van Interim Managers.
d. RIM-bureau
Het Interim Management Bureau dat lid is van de Raad voor
Interim Management (RIM).
e. Opdrachtgever
De (rechts-)persoon die aan
het Interim Management Bureau of aan de Interim Manager opdracht heeft gegeven of
kan gaan geven tot het (doen) uitvoeren van Interim Managementopdrachten.
f.
Schaduwmanagement
Schaduwmanagement, één van de vormen van gestructureerde
professionele reflectie, is een vorm van coaching, gericht op het continue
ontwikkelen van het zelfstandig en professioneel functioneren van de Interim Manager
binnen de specifieke context van zijn interim-opdracht. De doelen van
schaduwmanagement zijn a.) de interim manager terzijde staan om zijn opdracht beter
te vervullen en b.) de Interim Manager helpen zich te ontwikkelen.
g.
Schaduwmanager
Een vertegenwoordiger van of namens het Interim Management
Bureau die de Interim Manager ondersteunt in een gestructureerde vorm professionele
reflectie als hiervoor onder schaduwmanagement beschreven. Wordt deze ondersteuning
niet door een tussenkomstbureau aangeboden of een opdracht door een Interim Manager
rechtstreeks geworven dan kan de Interim Manager hier zelf voorzieningen voor
treffen.
h. Interim Management-opdracht
Interim Management-opdracht is
een opdracht aan een Interim Manager tot het tijdelijk vervullen van leidinggevende
taken, in de lijn of een staffunctie of in een duidelijke projectstructuur, met alle
daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Deel 2
Gedragscode voor Registermanagers
Uitgangspunten
Artikel 1
Deskundigheid
a. De Registermanager dient aan de door het IM-Register
aangestelde toetsingscommissie aantoonbaar te maken te beschikken over de voor het
professioneel uitoefenen van het beroep noodzakelijk geachte kennis, kunde en
ervaring.
b. De Registermanager beschouwt het als noodzakelijk zich op de
hoogte te houden van ontwikkelingen zijn vak en de markt betreffend.
c. De
Registermanager dient uit te kunnen leggen waarom hij voor een bepaalde aanpak
kiest. De Registermanager dient tevens over de kennis en vaardigheden te beschikken
om zijn aanpak te implementeren.
d. Beschikt de Registermanager bij aanvang van
zijn opdracht niet over een bepaalde, specifieke kennis en vaardigheden en zal hij
zich die 'werkende weg' eigen dienen te maken, dan zal hij zijn opdrachtgever
daarover inlichten.
e. De Registermanager dient zijn eigen analyse met
betrekking tot de probleemstelling en een Plan van Aanpak in principe binnen een
termijn van ca. vier weken na aanvang van een opdracht schriftelijk uitgewerkt te
hebben.
Artikel 2 Onafhankelijkheid
De Registermanager is loyaal ten
opzichte van de organisatie van de opdrachtgever waarbinnen hij werkt, met volledig
behoud van zijn professionele onafhankelijkheid. Na beëindiging van de opdracht
heeft de Registermanager geen enkele vorm van financiële afhankelijkheid van de
(voormalige) opdrachtgever.
Artikel 3 Integriteit
Het begrip
‘integriteit' in relatie tot de Registermanager omvat vier hoofdelementen:
a.
Betamelijkheid
De Registermanager handelt op een wijze die het vertrouwen,
zowel binnen de beroepsgroep als binnen de klantenkring, afdwingt. De
Registermanager houdt zich aan de wet en aan wat maatschappelijk als correct wordt
beschouwd.
b. Zorgvuldigheid
Zorgvuldigheid heeft in deze context te
maken met de correcte wijze van omgaan met de belanghebbenden in het kader van de
opdracht. De Registermanager draagt daarom zorg voor een heldere communicatie met
alle betrokkenen, daarbij het belang van de organisatie voortdurend voorop stellend.
De Registermanager gaat zorgvuldig en discreet om met alle informatie met betrekking
tot de organisatie. Indien de Registermanager relevante informatie inwint bij
derden, zorgt de Registermanager ervoor de organisatie geen schade te berokkenen. In
de keuze van de informanten is de Registermanager daarom selectief. Bij een
onverhoopt misverstand tussen ‘partijen’ over de inhoud van de aan de
Registermanager verstrekte opdracht, tracht de Registermanager in goed overleg met
de betrokken partijen tot een oplossing te komen. Indien een oplossing niet mogelijk
blijkt, trekt de Registermanager zich terug en draagt zorg voor een win-win
situatie.
c. Financieel correct handelen
De Registermanager gaat
zorgvuldig en integer om met financiële aspecten. Tussen betrokken partijen worden
heldere afspraken gemaakt over het honorarium. De Registermanager waakt voor
belangenverstrengeling, de Registermanager behartigt daarom nooit tegenstrijdige
belangen.
d. Aandacht voor collegiale verhoudingen
De Registermanager
streeft, in het licht van de kwaliteit van de dienstverlening, naar constructieve
collegiale verhoudingen binnen de organisatie van de opdrachtgever.
Algemene gedragsregels
Artikel 4 Zorgvuldigheid
De Registermanager neemt bij de
uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid, die een opdrachtnemer betaamt, in
acht en gedraagt zich op een wijze die het vertrouwen in zijn beroepsgroep
bevordert.
Artikel 5 Regels
De Registermanager houdt zich bij de
uitoefening van zijn beroep aan de wet en de Gedragscode van de Stichting Register
van Interim Managers, ook wel het IM-Register genoemd.
Artikel 6 Gedrag
De Registermanager richt zich bij de opdrachtvervulling op het belang van de
klantorganisatie en onthoudt zich van alles wat in enigerlei opzicht het aanzien en
de waardigheid van het beroep kan schaden.
Specifieke gedragsregels
Artikel 7 Onafhankelijkheid
a. De Registermanager zet zijn kennis,
ervaring en deskundigheid in ten behoeve van de organisatie van de opdrachtgever,
echter met behoud van zijn professionele onafhankelijkheid. Indien de
Registermanager de mogelijkheid niet wordt gegeven tot een eigen, onafhankelijke
oordeelsvorming te komen, aanvaardt de Registermanager de opdracht niet.
b.
Indien er aan de kant van de Registermanager belangen spelen van persoonlijke of
zakelijke aard, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de opdracht, zal de
Registermanager de opdracht niet aanvaarden.
Artikel 8 Aanvaarding van de
opdracht
a. Voordat de Registermanager een opdracht aanvaardt, zorgt hij voor
duidelijkheid ten aanzien van de inspannings- en/of resultaatsverplichtingen en de
schriftelijke vastlegging daarvan.
b. De Registermanager stelt zich,
voorafgaand aan de uitvoering van zijn opdracht, op de hoogte van de 'context' (in
den brede).
c. De Registermanager aanvaardt de opdracht niet als het karakter
ervan zo beperkt is, dat een organisatie er niet bij gebaat is.
d. Een
Registermanager die werkt vanuit specifieke maatschappelijke opvattingen of
doelstellingen, stelt de opdrachtgever hiervan op de hoogte, voordat hij de opdracht
aanvaardt.
e. De Registermanager aanvaardt de opdracht niet of beëindigt die,
indien de opdrachtgever onwettige doelstellingen nastreeft.
f. De
Registermanager aanvaardt louter opdrachten waarvoor hij aantoonbaar over de
benodigde competenties beschikt.
g. Een opdracht heeft altijd een tijdelijk
karakter. De duur van de opdracht is zodanig, dat de Registermanager de
noodzakelijke distantie kan blijven behouden.
h. Door de opdracht te aanvaarden
wordt de volledige verantwoordelijkheid voor de goede uitvoering daarvan eveneens
aanvaard.
Artikel 9 De opdracht
De wilsovereenstemming met betrekking
tot de opdracht en de uitvoering daarvan dient haar weerslag te vinden in
schriftelijk vastgelegde afspraken over tenminste:
a. De inhoud en omvang van
de opdracht;
b. De beoogde resultaten van de opdracht, dit vooruitlopend op een
eventuele verbijzondering daarvan conform artikel 10, lid d uit te voeren
analyse;
c. Bepaling van de organisatie, en in voorkomend geval het deel
daarvan, waaraan leiding zal worden gegeven;
d. De bevoegdheden en
verantwoordelijkheden van de Registermanager;
e. Bepaling van personen of
groepen aan wie de Registermanager in zijn of haar functie bij de opdrachtgever
verantwoording is verschuldigd;
f. Een indicatie van de tijdsduur van de
opdracht en een vastlegging van de wijze van handelen, indien de werkelijke duur
afwijkt van de indicatie;
g. Bepaling van het honorarium;
h. De wijze van
rapportering gedurende de opdracht;
i. Geheimhouding;
j. De beëindiging
van de opdracht evenals eventuele opzegtermijnen en daarmede samenhangende
condities;
k. De gewenste c.q. noodzakelijke nazorg.
Indien tijdens de uitvoering van de opdracht zich feiten of omstandigheden voordoen die aan de oorspronkelijk bereikte wilsovereenstemming afbreuk zouden kunnen doen, dan wordt hierover tussen opdrachtgever en de Registermanager overleg gepleegd, teneinde de afspraken aan de gewijzigde situatie aan te passen.vDe Registermanager rekent het tot zijn taak hiertoe zo nodig het initiatief te nemen.
Artikel 10 Uitvoering
van de opdracht
a. De Registermanager tracht naar beste vermogen het voor de
organisatie beoogde resultaat te realiseren. Bij aanvaarding van de opdracht streeft
de Registermanager in de documenten genoemd in artikel 9, lid b naar een, in
principe, eenduidige afspraak over de te bereiken, meetbare doelen.
b. De
Registermanager maakt voor de belanghebbenden inzichtelijk op welke gegevens,
inzichten en ervaringen de Registermanager zijn aanpak baseert.
c. De
Registermanager zorgt voor continuïteit bij de uitvoering van de opdracht in het
onverhoopte geval dat hij zelf uitvalt.
d. De Registermanager beschouwt
evaluatie, zowel tussentijds als aan het einde van de uitvoering van de opdracht, en
de bespreking ervan met de opdrachtgever, als wezenlijk voor het
implementatieproces.
e. De Registermanager voert de opdracht zo uit dat de door
hem beklede positie in de organisatie op het afgesproken moment overdraagbaar is aan
een (permanente) opvolger.
f. De Registermanager maakt gebruik van een
gestructureerde vorm van professionele reflectie.
g. De Registermanager zal
zich niet uit een opdracht terugtrekken, tenzij op grond van omstandigheden die een
goede opdrachtuitvoering belemmeren.
Artikel 11 Discretie en geheimhouding
a. De Registermanager betracht de nodige zorgvuldigheid ten aanzien van het
gebruik van de aan hem verstrekte of aan hem ter kennis gekomen informatie.
b.
Bij een eventuele overdracht van informatie, verzwijgt de Registermanager, waar
nodig, de bronnen.
c. Als de Registermanager beschikt over koersgevoelige
voorkennis, mag hij nimmer direct of indirect betrokken zijn bij de handel in
aandelen van het bedrijf. De Modelcode van de Amsterdamse Effectenbeurs (Amsterdam
Exchanges, deeluitmakend van Euronext) is hierbij van toepassing.
d. Slechts
met toestemming van de opdrachtgever kan de Registermanager herkenbare gegevens over
een organisatie naar buiten brengen. Indien bij een eventuele publicatie ook
personen herkenbaar zijn, dient de Registermanager ook van hen toestemming te
hebben.
e. Geheimhouding is niet van toepassing ten opzichte van de
schaduwmanager. De schaduwmanager houdt zich aan een algehele geheimhouding.
f. De Registermanager zal een opdracht bij een concurrent van een opdrachtgever
eerst dan aanvaarden, indien beide opdrachtgevers van die situatie in kennis zijn
gesteld en schriftelijk verklaard hebben geen bezwaar te hebben tegen het aanvaarden
van de nieuwe opdracht.
Artikel 12 Medewerkers van opdrachtgevers
De
Registermanager kan een medewerker van de opdrachtgever, als die daartoe zelf het
initiatief neemt, wijzen op personen of bureaus die zich met werving en selectie
bezighouden. Echter met inachtneming van het volgende:
a. De Registermanager
zal nimmer een honorering accepteren voor het verkrijgen van een functie voor of
door een medewerker van de organisatie;
b. De Registermanager onthoudt zich
ervan medewerkers rechtstreeks te benaderen voor een functie elders, tenzij de wens
tot functieverandering aantoonbaar door betrokkene is geuit.
Artikel 13
Financiën
De Registermanager brengt een honorarium in rekening dat in
overeenstemming is met de geldende norm voor vergelijkbare opdrachten.
Artikel 14 t/m artikel 29 niet in gebruik
Deel 3
Gedragscode
voor Interim Management Bureaus
Algemene gedragsregels
Artikel 30
Zorgvuldigheid
Het Interim Management Bureau neemt bij het vervullen van zijn
functie de zorgvuldigheid, die een opdrachtnemer betaamt, in acht en gedraagt zich
op een wijze die het vertrouwen in zijn beroepsgroep bevordert.
Artikel 31
Regels
Het Interim Management Bureau houdt zich bij het vervullen van zijn
functie aan de Gedragscode van de Stichting Register van Interim Managers, ook wel
het IM-Register genoemd.
Artikel 32 Oriëntatie
Voor het Interim
Management Bureau staat bij de uitvoering van de opdracht het belang van de
opdrachtgever centraal.
Artikel 33 Interim Managers
Het Interim
Management Bureau respecteert en stimuleert dat de voor haar werkzame Interim
Managers (in voorkomende gevallen) onderworpen zijn aan de Gedragsregels en het
Reglement van Rechtspraak van de IM-code.
Artikel 34 Overige
functionarissen
Wanneer het Interim Management Bureau binnen één contract
voor een opdrachtgever naast Interim Management ook overige werkzaamheden - zoals
advies en secretariaat - verzorgt, kan in dat contract worden vastgelegd dat deze
Gedragscode voor de betreffende functionarissen, die uitgesloten zijn van
inschrijving in het IM-Register, voor zover mogelijk van toepassing is, waarmee ook
zij onder het Reglement van Rechtspraak vallen. Deze bepaling kan ook worden
toegepast op Interim Managers die geen Registermanager (kunnen) zijn.
Specifieke gedragsregels
Artikel 35 Deskundigheid
a. Het
Interim Management Bureau staat ervoor in dat de Interim Manager die de opdracht
uitvoert hiervoor qua kennis, kunde en ervaring conform artikel 1, lid a in
voldoende mate is gekwalificeerd en ziet toe dat deze zal handelen naar
professionele standaarden.
b. Het Interim Management Bureau bewaakt de
uitvoering van de opdracht onder meer door te voorzien in een vorm van
schaduwmanagement of een andere vorm van gestructureerde professionele reflectie,
zoals bedoeld in artikel 10, lid f.
c. Het Interim Management Bureau draagt
zorg voor specialistische ondersteuning van de betrokken Interim Manager bij
vraagstukken die zich bij de uitvoering van de opdracht voordoen.
Artikel 36
Aanvaarding van de opdracht
a. Het Interim Management Bureau treedt bij de
aanvaarding van opdrachten tot Interim Management op als contractant van de
opdrachtgever en draagt daardoor de verantwoordelijkheid voor een adequate
uitvoering van de opdracht.
b. Onverminderd deze eigen verantwoordelijkheid van
het Interim Management Bureau wordt de betrokken Interim Manager in staat gesteld
zijn of haar eigen professionele verantwoordelijkheid te nemen zoals vastgelegd in
Deel 2 en Artikel 1 van deze Gedragscode.
c. Het Interim Management Bureau
draagt ervoor zorg dat bij de aanvaarding van een opdracht overeenstemming bestaat
tussen opdrachtgever, Interim Manager en het Interim Management Bureau zelf over de
inhoud en de uitvoeringscondities van de opdracht. Deze overeenstemming vindt haar
neerslag in een schriftelijke vastlegging.
d. Het Interim Management Bureau
zorgt er voor dat de betrokken Interim Manager overeenkomstig artikel 10, lid e zijn
taken zodanig uitvoert dat de door hem beklede positie op het afgesproken moment
overdraagbaar is aan een (permanente) opvolger en dat de Interim Manager bij de
afsluiting van de opdracht maatregelen treft die een goede overdracht mogelijk
maken.
Artikel 37 De opdracht
De schriftelijke vastlegging van de
opdracht bevat, geheel gelijk aan wat in artikel 9 is bepaald, afspraken over
tenminste:
a. De inhoud en omvang van de opdracht;
b. De beoogde
resultaten van de opdracht, dit vooruitlopend op een eventuele verbijzondering
daarvan conform artikel 10, lid d uit te voeren analyse;
c. Bepaling van de
organisatie en in voorkomend geval het deel daarvan, waaraan leiding zal worden
gegeven;
d. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Registermanager;
e. Bepaling van personen of groepen aan wie de Registermanager in zijn of haar
functie bij de opdrachtgever verantwoording is verschuldigd;
f. Een indicatie
van de tijdsduur van de opdracht en een vastlegging van de wijze van handelen,
indien de werkelijke duur afwijkt van de indicatie;
g. Bepaling van het
honorarium;
h. De wijze van rapportering gedurende de opdracht;
i.
Geheimhouding;
j. De beëindiging van de opdracht evenals eventuele
opzegtermijnen en daarmede samenhangende condities;
k. De gewenste c.q.
noodzakelijke nazorg.
Indien tijdens de uitvoering van de opdracht zich feiten
of omstandigheden voordoen die aan de oorspronkelijk bereikte wilsovereenstemming
afbreuk zouden kunnen doen, dan wordt hierover tussen opdrachtgever en het Interim
Management Bureau, in overleg met de Interim Manager, overleg gepleegd, teneinde de
afspraken aan de gewijzigde situatie aan te passen. Het Interim Management Bureau
rekent het tot zijn taak hiertoe zo nodig het initiatief te nemen.
Artikel 38
Discretie en geheimhouding
a. Het Interim Management Bureau betracht de nodige
zorgvuldigheid ten aanzien van het gebruik van de aan hem verstrekte of aan hem ter
kennis gekomen informatie
b. Bij een eventuele overdracht van informatie,
bijvoorbeeld in het kader van professionele vorming, verzwijgt het Interim
Management Bureau, waar nodig, de bronnen.
c. Slechts met toestemming van de
opdrachtgever, kan het Interim Management Bureau herkenbare gegevens over een
organisatie naar buiten brengen. Indien bij een eventuele publicatie ook personen
herkenbaar zijn, dient het Interim Management Bureau ook van hen toestemming te
hebben.
d. Het Interim Management Bureau zal een opdracht bij een concurrent
van een opdrachtgever eerst dan aanvaarden, indien beide opdrachtgevers van die
situatie in kennis zijn gesteld en schriftelijk verklaard hebben geen bezwaar te
hebben tegen het aanvaarden van de nieuwe opdracht. Eenzelfde handelswijze is
vereist, indien het gaat om opdrachten waar zwaarwichtige conflicterende belangen,
anders dan concurrentiele belangen, van opdrachtgevers in het geding zijn.
e.
Het Interim Management Bureau zal over het algemeen met de opdrachtgever en de
betrokken Interim Manager willen overeenkomen dat, vanwege de bijzondere
vertrouwenspositie en de professionele autonomie van de Interim Manager, deze
laatste niet bij de opdrachtgever in dienst zal treden of een overeenkomst van
opdracht zal aangaan dan nadat tenminste 1 jaar is verstreken na beëindiging van de
Interim Management-opdracht bij de opdrachtgever.
Artikel 39 Medewerkers van
opdrachtgevers
Het Interim Management Bureau betracht de grootst mogelijke
terughoudendheid om een medewerker van een opdrachtgever aan te bieden bij het
Interim Management Bureau of bij derden in dienst te treden.
Artikel 40
Onmiddellijke beëindiging
a. Het Interim Management Bureau zal een opdracht
willen beëindigen indien ten gevolge van niet aan het bureau toe te rekenen
omstandigheden een behoorlijke uitvoering van de opdracht niet of niet langer
mogelijk is.
b. Het Interim Management Bureau aanvaardt de opdracht niet, of
beëindigt die onmiddellijk, indien en zodra blijkt dat de opdrachtgever onwettige
doelstellingen nastreeft.
Artikel 41 t/m Artikel 49 niet in gebruik
Deel 4
Reglement van Rechtspraak
Doel
Artikel 50
De tuchtrechtspraak ingevolge dit reglement heeft ten doel om inbreuken op de
Gedragscode en regels van beroepsethiek te beteugelen en meer in het algemeen een
zorgvuldige dienstverlening te bevorderen. Het “Reglement van Rechtspraak”
bedoelt een instrument te zijn, waarmee uniforme interpretatie van regels en normen
betreffende Interim Management wordt verkregen, waardoor allen op gelijke wijze
worden bejegend.
Artikel 51
Overal waar in dit reglement wordt
gesproken van de Commissie wordt bedoeld de “Commissie van Tucht en Toezicht”.
Artikel 52
Degene, natuurlijk persoon of rechtspersoon, tegen wie een
bezwaar of een klacht wordt ingediend bij de Commissie wordt verder aangeduid met:
de beklaagde.
Degene die de klacht indient wordt genoemd: de klager.
De
klacht of het bezwaar wordt genoemd: de klacht.
Commissie van Tucht en
Toezicht
Artikel 53
De Commissie heeft de taak:
a. Klachten die
zijn ingediend te onderzoeken op juistheid, ontvankelijkheid en gegrondheid;
b. Aanbevelingen te doen ten aanzien van aanpassing van gedragsregels, de
“Gedragscode” en het Reglement van Rechtspraak;
c. Opleggen van
tuchtrechtelijke maatregelen.
Artikel 54
De Commissie bestaat uit een
voorzitter en twee gewone leden. Alle leden van de Commissie hebben een
plaatsvervanger. De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn niet werkzaam bij een
lid van de Raad van Interim Management (RIM), géén lid van de Orde van Register
Managers (ORM) of ingeschrevene in en/of bestuurslid van het IM-Register. Zij dienen
te voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter bij een
Arrondissementsrechtbank en mogen gedurende een periode van 5 (vijf) jaar
voorafgaande aan hun benoeming geen bestuursfunctie hebben vervuld in één van de
organisaties RIM, ORM of IM-Register. De twee gewone leden en hun plaatsvervangers
zijn werkzaam of werkzaam geweest in de Interim Management-praktijk. Een gewoon lid
of een plaatsvervanger van een gewoon lid kan niet tegelijkertijd deel uitmaken van
het bestuur van de RIM, de ORM of het IM-Register. Alle leden en plaatsvervangend
leden moeten woonachtig zijn in Nederland.
Artikel 55
De leden en de
plaatsvervangend leden van de Commissie mogen tot elk van elkaar niet in een relatie
staan als echtgenoten of daarmede gelijkgestelden, noch tot bloedverwantschap in de
eerste, tweede of derde graad. De leden en de plaatsvervangend leden van de
Commissie mogen geen zakelijke relatie hebben met enig ander lid of plaatsvervanger
als vennoten of maten in enigerlei organisatie. De leden en de plaatsvervangend
leden van de Commissie mogen niet met enig ander lid of plaatsvervanger in een
werkgever-werknemer relatie staan.
Artikel 56
De voorzitter en zijn
plaatsvervanger worden benoemd door de gemeenschappelijke vergadering van de
besturen van RIM, ORM en IM-Register op een vooraf door de voorzitters van genoemde
besturen goedgekeurde en door hen ingediende, eensluidende en bindende voordracht.
Zij worden benoemd voor een periode van 4 (vier) jaar en zijn direct daarna, doch
slechts éénmaal, herbenoembaar. De gewone leden en hun plaatsvervangers worden op
gelijke wijze voorgedragen en benoemd. Zij worden benoemd voor een periode van 2
(twee) jaar en zijn direct daarna, doch slechts éénmaal, herbenoembaar.
Honorering
Artikel 57
De voorzitter en zijn plaatsvervanger
worden voor hun werkzaamheden gehonoreerd. De overige leden ontvangen een vergoeding
van hun kosten. Het bestuur van het IM-Register stelt de honorering van de
voorzitter en de kostenvergoedingen van de leden vast.
Afwezigheid
Artikel 58
Bij afwezigheid van een lid treedt zijn plaatsvervanger op.
Secretariaat
Artikel 59
De Commissie kan zich bij haar
werkzaamheden laten ondersteunen door of door tussenkomst van het secretariaat van
het IM-Register.
Geheimhouding
Artikel 60
Het is aan de leden van
de Commissie niet toegestaan:
a. Datgene wat zij in de uitoefening van hun
functie hebben gehoord of gezien, bekend te maken;
b. Informatie die zij bij
hun werk in de Commissie hebben ontvangen of meningen en/of gevoelens die zij bij
andere leden van de Commissie menen te hebben geconstateerd, bekend te maken;
c. Zich in te laten met belanghebbenden bij onderhanden conflicten of bij conflicten
waarvan zij kunnen vermoeden dat deze aanhangig zouden kunnen worden gemaakt, of van
hen informatie aan te nemen.
Klachten
Artikel 61
Iedere direct
betrokkene die een inbreuk op deze Gedragscode heeft geconstateerd, is bevoegd
hieromtrent een klacht in te dienen. Het bestuur van het IM-Register heeft de
bevoegdheid om de Commissie te verzoeken een situatie of gebeurtenis te onderzoeken
en ter zake een uitspraak te doen, ook als daaromtrent geen klacht is ingediend.
Procedure
Artikel 62
De voorzitter van de Commissie regelt de
werkzaamheden van de Commissie met inachtneming van de bepalingen van dit reglement.
Artikel 63
De klacht dient bij aangetekend schrijven te worden
ingediend bij het IM-Register. De Commissie behandelt een klacht alleen dan, als
deze schriftelijk, gemotiveerd en duidelijk ondertekend is ingediend. Daarbij moet
ondubbelzinnig worden aangegeven op wie de klacht betrekking heeft en wat de
betrokkenheid van de klager bij de klacht is. Een klacht moet worden behandeld door
de voltallige Commissie.
Artikel 64
De voorzitter onderzoekt of een
klacht voldoet aan de ter zake gestelde eisen en stelt eventueel de klager in staat
om zijn klacht te completeren binnen een door de voorzitter gestelde termijn van
tenminste twee en ten hoogste vijf weken. Nadat de klacht ontvankelijk is verklaard
stelt de voorzitter direct de beklaagde(n) van de klacht in kennis.
De
voorzitter deelt de beklaagde(n) mede, dat hij/zij binnen de door de voorzitter vast
te stellen termijn, welke tenminste veertien dagen moet zijn, een verweerschrift
kunnen indienen. De voorzitter onderzoekt het ingediende verweerschrift en kan
eventueel verduidelijking daarvan verlangen, binnen een door hem gestelde termijn
van twee tot vijf weken.
Artikel 65
Zodra, na eventuele completering,
alle stukken zijn ontvangen stuurt de voorzitter de stukken toe aan de leden van de
Commissie en hun plaatsvervangers.
Artikel 66
De voorzitter is belast
met de concrete samenstelling - uit de leden en hun plaatsvervangers - van de
Commissie. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan alle betrokkenen. De
voorzitter wijst tegelijk de betrokkenen op hun recht om bezwaar te maken tegen
leden van de Commissie op grond van het bepaalde in Artikel 84 lid c. Een dergelijk
bezwaarschrift moet zijn ingediend binnen een termijn van één kalendermaand na de
dagtekening van de in dit artikel genoemde mededeling.
Artikel 67
De
Commissie kan besluiten om een klacht niet te behandelen, indien:
a. Een
minnelijke schikking tot stand is gekomen;
b. De gewraakte handelswijze
plaatsvond op een tijdstip dat vooraf ging aan het voor de beklaagde van toepassing
worden van de Gedragscode;
c. Een klacht tegen dezelfde beklaagde over dezelfde
aangelegenheid al eerder is behandeld door de Commissie;
d. De klacht op
kennelijk onjuiste gronden is gebaseerd, ofwel wat betreft de feiten ofwel waar het
de toepasselijkheid van de Gedragscode betreft;
e. De gewraakte handelswijze
te ver in het verleden ligt.
De Commissie kan besluiten om de behandeling van een klacht op te schorten indien en zolang blijkt dat er elders een procedure rond de betreffende klacht loopt, daaronder mede begrepen een eventuele poging tot verzoening of een proces van mediation. Alle betrokkenen ontvangen zo spoedig mogelijk bericht van het besluit van de Commissie om niet of nog niet tot behandeling over te gaan.
Artikel 68
Indien besloten wordt tot verdere
behandeling stelt de voorzitter de dag vast waarop de klacht ter zitting behandeld
zal worden. Deze zitting heeft zo spoedig mogelijk plaats na de mededeling genoemd
in Artikel 66.
Artikel 69
De Commissie roept alle betrokkenen op bij
aangetekende brief en beslist niet over de klacht, dan nadat de zitting heeft
plaatsgevonden. Alle in dit reglement genoemde kennisgevingen aan betrokkenen
alsmede hun oproeping voor de zittingen, geschieden door het secretariaat van de
Commissie bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan het adres van de
betrokkenen. Het bewijs van verzending aan de betrokkene, afgestempeld door TNT Post
of een vergelijkbaar postbedrijf, samen met de verklaring van de voorzitter van de
Commissie ter zake van de inhoud van het poststuk, geldt tegenover hen als bewijs
van behoorlijke verzending.
Artikel 70
De betrokkenen kunnen zich op
de zitting laten bijstaan door een raadsman. De betrokkenen moeten in persoon ter
zitting verschijnen, tenzij zij tevoren aan de voorzitter hebben verzocht en deze
daarin heeft toegestemd, dat zij bij gemachtigde verschijnen.
Artikel 71
a. De Commissie kan getuigen en/of deskundigen oproepen om ter zitting te
verschijnen, teneinde te worden gehoord.
b. Op grond van ter zitting afgelegde
verklaringen, kan de Commissie besluiten alsnog of opnieuw getuigen en/of
deskundigen te horen. In dat geval wordt direct een datum voor een volgende zitting
vastgesteld.
c. Betrokkenen hebben het recht om getuigen en deskundigen ter
zitting mede te brengen, mits zij dat voornemen tenminste zeven dagen tevoren,
schriftelijk, onder opgave van hun naam en adres, aan de voorzitter van de Commissie
hebben kenbaar gemaakt.
d. Het aantal getuigen en deskundigen is per
betrokkene beperkt tot 3 (drie), tenzij de voorzitter van de Commissie schriftelijk
toestemming heeft gegeven hiervan af te wijken.
e. De voorzitter deelt
uiterlijk 4 (vier) dagen vóór de zitting aan alle betrokkenen mede, welke getuigen
en/of deskundigen ter zitting zullen verschijnen onder vermelding van de in lid c
bedoelde opgave.
f. In het IM-Register ingeschreven leden en vertegenwoordigers
van Interim Management Bureaus die de Gedragscode onderschrijven zijn, indien bij
name genoemd, verplicht om op verzoek van de Commissie in persoon ter zitting te
verschijnen en aldaar alle door de Commissie gevraagde inlichtingen te verstrekken,
dit laatste onverminderd het bepaalde in Artikel 84.
Artikel 72
De
zittingen zijn openbaar. De Commissie kan besluiten om een zaak achter gesloten
deuren te behandelen.
Artikel 73
De zitting wordt geleid door de
voorzitter van de Commissie. Ter zitting voorkomende geschillen met betrekking tot
de wijze van behandeling, worden beslist door de voorzitter.
Artikel 74
a. Alle ter zitting verschenen getuigen en deskundigen worden door de Commissie
gehoord.
b. De volgorde van het verhoor wordt bepaald door de voorzitter.
c. De voorzitter is bevoegd maatregelen te gelasten met het oog op de onbevangenheid
van de getuigen en deskundigen.
d. Betrokkenen en/of hun raadslieden kunnen
vragen stellen door tussenkomst van de voorzitter.
e. De Commissie kan vragen
ambtshalve, dan wel op verzoek van één of meer betrokkenen, wraken. Die vragen
worden niet toegelaten.
f. Betrokkenen of hun raadslieden hebben het recht het
woord te voeren, teneinde hun standpunten nader toe te lichten.
g. De
beklaagde of diens raadsman heeft altijd het laatste woord.
h. De voorzitter
kan vooraf de spreektijd beperken.
Artikel 75
De voorzitter kan
ambtshalve dan wel op verzoek van één der betrokkenen de zitting voor een bepaalde
tijd schorsen. In dat geval wordt direct een datum voor de volgende vergadering
vastgesteld.
Artikel 76
Deskundigen die door de Commissie zijn
opgeroepen ontvangen ten laste van het IM-Register een vacatiegeld, indien zij
daarop aanspraak maken. De Commissie kan de door betrokkenen opgeroepen getuigen en
deskundigen een vergoeding van hun onkosten toestaan. Deze kosten komen ten laste
van de partij die hen heeft opgeroepen.
Artikel 77
Van de zitting
wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat het verhandelde ter zitting en aldaar
afgelegde verklaringen bevat. Dit proces-verbaal wordt door de voorzitter voor echt
erkend en daarom ondertekend.
Artikel 78
De Commissie beraadslaagt en
beslist in besloten zitting. Zij fundeert haar besluiten uitsluitend op de feiten
die ter zitting zijn gebleken, op de inhoud van de tevoren gewisselde en haar
overlegde stukken en op grond van wat door eigen wetenschap als vaststaand door haar
wordt aangemerkt.
De Commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.
De Commissie kan, alvorens te beslissen, een nader onderzoek gelasten.
Artikel 79
De Commissie geeft zo spoedig mogelijk haar einduitspraak,
die het volgende moet bevatten:
- de namen en adressen van de betrokkenen en
van hun eventuele raadslieden;
- een omschrijving van de feiten en de
omstandigheden, welke naar aanleiding van de klacht zijn onderzocht;
- het
gemotiveerde oordeel over de klacht;
- een beslissing of de uitspraak dient te
worden gepubliceerd, evenals de wijze van publicatie;
- de namen van de leden
van de Commissie die de zaak hebben behandeld;
- de ondertekening en
dagtekening door de voorzitter.
De uitspraak bevat bovendien:
- een
beslissing of en zo ja hoe, de kosten van de Commissie geheel of ten dele ten laste
van partijen komen;
- de opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen als bedoeld in
Artikel 83.
Artikel 80
De Commissie kan het Bestuur van het IM-Register
opdragen om haar uitspraak bekend te maken, als naar haar mening het algemeen belang
van de beroepsgroep daarmee is gediend. Een dergelijke publicatie geschiedt op de
website van het IM-Register en/of door plaatsing van een bericht in Management en
Consulting of middels een schriftelijke mededeling aan alle leden en ingeschrevenen,
onder bewaring van de anonimiteit van de betrokkenen. Als het Bestuur van de RIM,
de ORM of het IM-Register één der betrokkenen is, wordt dit altijd
vermeld.
Artikel 81
De uitspraak wordt door de Commissie op schrift
gesteld en verzonden aan alle betrokkenen en aan het IM-Register.
Artikel
82
Na de uitspraak van de Commissie zenden de leden van de Commissie alle
stukken die zij met betrekking tot de zaak in hun bezit hebben aan het secretariaat
van de Commissie, waar archief wordt gehouden van iedere zaak. Het secretariaat
vernietigt in overleg met de voorzitter alle overtollige stukken.
De
tuchtrechtelijke maatregelen
Artikel 83
De Commissie kan de volgende
tuchtrechtelijke maatregelen opleggen:
- een waarschuwing;
- een
berisping;
- een schorsing voor ten hoogste 1 (één) jaar als ingeschrevene in
het IM-Register met de bepaling dat gedurende die schorsing op geen enkele manier
mag worden vermeld, dat betrokkene ingeschreven is in het IM-Register;
-
onherroepelijke uitschrijving uit het IM-Register;
- openbaarmaking van één
der bovenstaande maatregelen al dan niet met redenen omkleed, al dan niet onder
bewaring van de anonimiteit van degene aan wie de maatregel is opgelegd.
Wraking en verschoning
Artikel 84
a. Een in het IM-Register
ingeschreven lid of een vertegenwoordiger van een Interim Management Bureau dat de
Gedragscode onderschrijft, die de verplichting heeft aan de Commissie inlichtingen
te verschaffen, kan zich verschonen op grond van de vertrouwelijkheid van de
wetenschap. De voorzitter van de Commissie beslist of, de vertegenwoordiger en/of de
ingeschrevene terecht een beroep doet op het verschoningsrecht.
b. Leden van
de Commissie kunnen zich verschonen, indien er ten aanzien van hen feiten of
omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen hun onafhankelijkheid en
onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
c. Betrokkenen kunnen leden van de
Commissie wraken, indien er ten aanzien van hen feiten of omstandigheden bestaan,
waardoor in het algemeen hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid schade zou kunnen
lijden.
d. Over wraking wordt zo spoedig mogelijk beslist door de andere leden
van de Commissie. Bij staking der stemmen is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
Intrekking van de klacht - Intrekking van inschrijving in
het IM-Register
Artikel 85
Intrekking van de klacht of het vervallen van
de inschrijving in het IM-Register en/of het vervallen van het onderschrijven van de
Gedragscode heeft op de verdere behandeling geen invloed indien de Commissie van
mening is dat verdere behandeling van een uitspraak van belang is voor de kwaliteit
van het Interim Management.
Nadere informatie:
Stichting
IM-Register
Postbus 1167
3860 BD NIJKERK
Telefoon: 033 - 2 473
473
Fax: 033 - 2 473 493
E-mail: secretariaat@imregister.nl
Website: www.imregister.nl
